

Kindia, 7 juni 2010
Zes jaar ‘11e kinderen’
Kindia, 29 mei 2010
Ontwikkelingssamenwerking en bureaucratie
Een paar dagen geleden hebben we onze post op het postkantoor opgehaald, (ja post komt aan, al kan het soms enkele maanden duren voordat mijn vakblad vanuit Nederland in Kindia aankomt) en vandaag, zaterdag, ontbijt ik met een krantje op het terras.
Ik lees over de in Nederland op kleine schaal veelbesproken WRR rapport over ontwikkelingssamenwerking: de vele grote en kleine ontwikkelingsorganisaties in Nederland moeten samenwerken om nog subsidie te kunnen ontvangen van de Nederlandse overheid. In een ander blad lees ik dat vele Haitianen drie weken na de ramp nog steeds geen voedsel hebben ontvangen. Niet omdat er geen eten was, maar de hulpverleners liepen vaak vast in een bureaucratisch netwerk.
Ja, dat ken ik…. Ook ik heb vorige week op mijn werk de handdoek in de ring gegooid.
Ik werk al bijna twee jaar met heel veel plezier (en soms wat minder) voor een Belgische
ontwikkelingsorganisatie die zich inzet voor steun aan kleine ondernemers en boeren.
Want een boer is tenslotte ook een ondernemer. Voor de financiële middelen heeft
onze organisatie ook geld nodig en een van de donateurs is Agricord, een internationaal
netwerk van boerenorganisaties. En wie geld krijgt, moet rapporten schrijven. Daar
is niks mis mee ware het niet dat de rapporteringcriteria voor Agricord voor mij
een verschrikking zijn! Wij én de boerenorganisaties hier ter plaatse schrijven ieder
een rapport over de geplande en al of niet gedane activiteiten, de resultaten, en
die moeten dan op de Agriterra-
Januari tot en met maart hebben we op kantoor rapporten van de Guinese partnerorganisaties
gelezen, gecorrigeerd, aangevuld. Vervolgens hebben we onze eigen rapporten geschreven,
dat gaat ook heen en weer ter correctie naar het hoofdkantoor gaat. Dan hebben we
nieuwe project-
Maar het huidige politieke standpunt is dat alles wat op het veld gebeurt, van tevoren tot in de details moeten worden bedacht en opgeschreven en na de gedane activiteiten alles tot drie cijfers achter de komma moeten worden verantwoord.
Ik ben niet tegen verantwoording, ik doe het zelfs graag want het geld dat jullie, donateurs van/voor het alfabet, aan mij toevertrouwen, besteed ik goed en ik zie resultaten, maar ook teleurstellingen. En ik ben trots op ons werk! Dus niks mis met communicatie en het geeft ook een kans aan de lezers mij te adviseren, andere ideeën te opperen, of gewoon simpelweg nagaan of ik wel doe wat ik met jullie had afgesproken.
Maar zodra de rapporteringeisen er voor gaan zorgen dat ik niet meer het terrein op kan, zodra ik het gevoel heb dat er aan mijn integriteit getwijfeld wordt, maar vooral als ik de indruk krijg dat men alleen maar activiteiten willen die 100 procent slagingskans hebben, iedere cent waar voor zijn geld moet opbrengen, ga ik steigeren.
De realiteit is nu eenmaal dat ontwikkelingslanden niet goed georganiseerd zijn, dat analfabete mensen in armoedige situaties vaak moeite hebben met vernieuwing, want als het mislukt heb je geen geld meer om de vertrouwde manier toe te passen. Net als met de maaltijden: er wordt één keer per dag een hoofdmaaltijd voorbereid, voor het hele gezin, zeg tien personen of méér. Iedere cent moet worden omgedraaid om met dat beetje geld toch iets goeds klaar te maken. En dan worden er alleen maaltijden gekookt waarvan je weet dat de smaak iedereen aanstaat. Want als je gaat experimenteren en het resultaat mislukt, heeft de hele familie een dag lang niet te eten.
En verder is de aard van de Guineer behoudend: wat de boer niet kent, eet hij niet.
En wij, ontwikkelingsorganisaties, proberen juist om met bestaande middelen en toegevoegde nieuwe kennis een gedragsverandering aan te leren. En nee, dat is niet gemakkelijk. Dus 100 procent resultaten boeken is onmogelijk. We hebben met mensen te maken.
En dat maakt het werk nu juist zo boeiend voor me, want als ik boekhouder aan de slag wilde had ik wel een ander beroep uit gekozen.
Morgenmiddag, zondag, stap ik weer in de werkauto om me te verplaatsen naar het midden van het land waar ik maandag en dinsdag aan het werk moet. Dat betekent dat ik een hotel verblijf en geen gezinsbeslommeringen heb zodat ik wellicht de tijd heb mijn aandeel voor het jaarverslag voor Het Alfabet te schrijven. Want dat moest ook al lang geleden gebeurd zijn. Nog even geduld graag….
Kindia, 15 februari 2010
Schoolinspectie
Vandaag hebben we op school een overheidsdelegatie ontvangen vanuit Conakry: La Direction Nationale de L’enseignement Privé.
De delegatie bestond uit een verantwoordelijke voor de controle op administratieve
schooldocumenten, een verantwoordelijke voor onderwijskwaliteit en pedagogie, een
sectiechef prefectoraal privéonderwijs, een sectiechef pedagogie en een pedagogie-
Ze waren voor de woensdag aangekondigd maar op maandag om tien uur stonden zij onverwachts voor de deur. Natuurlijk hadden we de school al wel een extra schrobbeurt gegeven, de speeltuin schoongemaakt en de schoolkinderen opgeroepen vanaf maandag extra schoon en gekapt naar school te komen. De kinderen zagen er dan ook vandaag fantastisch uit. Als ze al geen gesloten schoenen aanhadden, dan hadden ze sokken aan in teenslippers(gesloten schoenen is sinds de inrichting van de speeltuin verplicht).
Bij aankomst hebben de delegatieleden zich in verschillende groepen verdeeld, een groep verdween in de klassen, ter inspectie van de leskwaliteit.
Een andere groep, vertrok naar kantoor om te verifiëren of we wel officiële schoolpapieren hadden en of we al de verplichte schooldocumenten hebben op pedagogisch vlak.
De derde groep controleerde de hygiënische norm, (toiletten), en of het schoolplein schoon is.
Op kantoor vonden ze alles, behalve het registratiedossier van alle ingeschreven kinderen, want die had ik mee naar huis genomen vorige week, om de namen in de computer in te voeren.
Gelukkig hadden we afgelopen jaar alle officiële papieren ontvangen, van jawel: dezelfde meneer, die nu verantwoordelijk was voor de controle daarop en die ons indertijd het leven zo zuur gemaakt heeft door geld te vragen voor niet geleverde diensten, de officieel erkenningpapieren te traineren enzovoort.
In de klassen controleerden ze het lesniveau, Men zei onder de indruk te zijn van twee dingen: dat alle leerlingen schoolboeken hadden, iets wat zelfs niet op de publieke scholen voorkomt terwijl die scholen eigenlijk voor alle ingeschreven kinderen schoolboeken ontvangen, en dat in alle klassen verschillende educatieve kaarten hingen. Een kaart van Guinee, een kaart van vleesetende dieren, andere mooie prenten van verscheiden dieren, enz. Dat maakt de klas levendig en wat de kinderen kunnen zien en voelen blijft veel beter hangen dan alleen van horen zeggen.
Waar ze zeer sterk van onder de indruk waren, was dat er meer meisjes dan jongens in de klassen zijn. Zeer uitzonderlijk! En goed voor de statistieken van Guinee in zijn geheel.
Toen Mamadou, wat gespeeld nonchalant, vroeg of ze de computerklassen al bezocht hadden (waarvan ze niet eens van op de hoogte waren) viel de mond van de delegatieleider open. Hij begon de computers te tellen, kwam uit op twintig stuks en constateerde dat ze allemaal functioneel waren, verbonden aan een eigen benzinemotor van 5 KVA. Dat heeft hij nog niet eerder gezien, zelfs niet in Conakry. Sommige scholen beroepen zich erop dat ze wel vijf computers hebben, maar tijdens de controle blijkt dan dat er maar twee of drie bruikbaar zijn. En wij, een provincieschooltje, hebben twintig computers, niet te geloven.
Wat de speeltuin betreft, ook daarvan zeiden ze dat dat zeer bijzonder was; een schoolplein waar een kind zich vrijuit kan bewegen en uitdrukken. Plek genoeg. Hetzelfde gold voor de klassen, waar de kinderen niet opgepropt tegen elkaar aanzaten. Ieder heeft een eigen stoel en tafel.
Wat ook leuk was, was dat de afgevaardigde van het onderwijsdepartement van Kindia aanwezig was, en hij zei dat het voor hem de eerste keer was dat hij de school bezocht, hoewel hij al wel had horen spreken over Le Dauphin door zijn collega’s. Hij attendeerde de nationale directie erop dat wij één van de weinige scholen zijn, die elk jaar alle gevraagde rapporten indienen: begin schooljaar, einde schooljaar, de statistieken en evaluatie.
Kortom, ze hadden niets anders te melden dan dat ze zeer te spreken waren over onze school, dat we enorm investeren in de schooljeugd. Dat ze ons ervoor bedanken, maar ook aanraadden een eigen schoolterrein te vinden, want de school heeft een toekomst. en de mentaliteit van vele eigenaren is bekend: als eenmaal de school is ingericht en financieel begint op te brengen, sturen de schooleigenaren de huurders van hun terrein af om, niet gehinderd door enige inhoud en kennis, zelf verder te gaan met het gebouw
Een ander aspect is dat de overheid weliswaar geen schoolsubsidies geeft, maar privéscholen worden wel vrijgesteld van eigendomsbelasting en nog wat andere zaken om hen tegemoet te komen in de financiën, als dank voor hun onderwijsbijdrage
Mamadou kwam met een goed humeur thuis, vol van tevredenheid met de school, de schooldirecteur en zichzelf. En terecht, we hebben tenslotte ook wat om trots op te zijn.
Een ander positief aspect van deze missie is dat de angst van Mamadou, dat er gesjoemeld zal worden met de examencijfers van zijn kandidaten 6e klas, is afgenomen. In Guinee is corruptie een dagelijks gebruik, je koopt met geld een positief resultaat. Dat gaat ook op voor het wel, of níet behalen van een diploma. Een leerling kan nòg zulke goede cijfers behalen, maar als diens ouders nooit wat geld geschonken hebben aan de docent, is de kans erg groot dat de docent de leerling in kwestie slechte cijfers zal geven.
En als een schooldirecteur zich wil verzekeren van leerlingen met een diploma, geeft hij gewoon wat geld aan de schoolinspecteur. Maar omdat Mamadou dermate overtuigd is van de onderwijskwaliteit van onze school, wil hij geen ‘aanmoedigingspremie’ aan de schoolinspecteur geven, want corruptie is tegen onze principes.
Maar de angst afgestraft te worden omdat hij niet betaalt, was wel steeds aanwezig. Nu, na deze openlijke erkenning van kwaliteit durft niemand in Kindia meer onze kinderen lager te kwalificeren dan waar ze recht ophebben (… en kan Mamadou nu eindelijk eens rustiger slapen).
De chef van de delegatie heeft een zeer lovend berichtje in onze livre d’or geschreven, waar ik een foto van gemaakt heb. De vertaling daarvan volgt hier onderaan.
Na mijn werk zijn we even bij de delegatie op bezoek gegaan, om ook mij voor te stellen, en ik kreeg een vrij goede indruk van hen.
Kortom een geslaagde dag en eer van ons werk. Want het valt niet altijd mee en vaak zijn we hondsmoe aan het einde van de week, vooral ook met de bijklassen erbij.
Vertaling van de tekst in de livre d’or:
Maandag 15 februari 2010.
Een delegatie van de DNEPUP (Direction Nationale d’Enseignement Pré-
Ze was aangenaam verrast door het serieuze karakter van deze school. Een model voor de stad Kindia.
Ze moedigt de stichter van de school en diens equipe aan de ingeslagen weg te volgen om nog meer het vertrouwen van de ouders en de overheid te winnen.
De chef van de delegatie,
Dhr. Fodé Moussa Camara


Vertaling: Kindia, 4 augustus 2009.
Beste partners (=donateurs), mijn naam is Fatoumata Binta Diallo. Ik bedank mevrouw Marijke omdat ze me de gelegenheid heeft gegeven vandaag te kunnen lezen en schrijven.Dat is een grote kans voor me geweest. Ik ben nu niet meer blind (= ik ben nu niet meer onwetend). Dank je wel
Vertaling: Aan meneer de donateur, partner van de school Le Dauphin. Mijn naam is Moumini Gèto Bah. Ik ben handelaar in kleine dingen (een straatstalletje). Ik schrijf u deze brief om u te bedanken voor uw steun voor de bijklas, voorheen kon ik noch lezen, noch schrijven. Maar op het ogenblik kan ik een beetje lezen, schrijven en kan ik kleine sommen maken. Ik ben geen analfabeet meer.
Heel hartelijk bedankt.
Kindia, 21 april 2009
Verslag bijklas 2008-
Klik klik, hebbes!
We zijn sinds maart met een nieuwe groep bijklasleerlingen begonnen, nadat de eerst groep van dit jaar is afgesloten. In die vorige groep zaten vooral meisjes, zeer gemotiveerd maar het waren over het algemeen geen diamantjes. Ik had ook niet zo een band met die klas hoewel ik over het algemeen wel tevreden was met de geboekte resultaten.
De tweede groep begon zoals gezegd begin maart en twee weken later vertrok ik al voor een drieweekse werkbezoek naar België. Dus ik had nog niet zo veel inzicht in de kwaliteit van deze groep leerlingen, bestaande uit tien leerlingen, evenveel jongens als meisjes.
Na mijn terugkomst ging ik zoals gewoonlijk vrijdags naar school, maar het was al laat. Ik kan pas om half zes aanwezig zijn.
Vandaag besloot ik eerder naar school te vertrekken om beter kennis te maken met de leerlingen.
Ik ontdekte een oud-
Een ander diamantje is een meisje van 19 jaar. Ook zij blijkt geen enkele moeite te hebben met het lezen van een simpele zin. En toch is ze pas echt twee maanden geleden begonnen! Ik heb het haar wel twee keer gevraagd: ‘heb je echt nooit eerder op school gezeten? Kende je het alfabet al voordat je naar ons kwam?’ Ook de docente bevestigde dat ze bij ons het alfabet geleerd heeft.
Ongelofelijk, wat een verspilling van kansen voor dit land en haar familie.
De derde leerling is een jongetje van ongeveer dertien jaar die al de eerste cursus van vier maanden bij ons gevolgd heeft. Hij leert moeizaam maar komt steevast naar school. Je ziet dat hij eerst moet leren hoe te leren. Een kind dat altijd aan zijn lot is overgelaten, waar nooit een geestelijke prestatie van verwacht wordt heeft geen ontwikkeld leervermogen. Bij hem is de start gemaakt en langzaam gaat hij vooruit. Want hij wil o zo graag.
De vierde knul is ook een aangename verrassing. Een week geleden kende hij het alfabet
nog steeds niet uit zijn hoofd, en dat na ruim zes weken school, dus heb ik er een
opmerking over gemaakt. Dat is blijkbaar aangekomen want vandaag kon hij het alfabet
van a-
Hij blijkt de oudere broer van onze beroemde Y te zijn. (Y die 4 jaar geleden altijd op straat rondliep en uiteindelijk vier maanden bijklas heeft gevolgd. Hij leerde vervolgens zo snel dat we hem meteen in de 2e klas lagere school hebben geplaatst, zo goed was hij).
Deze oudere broer is al te oud om naar school te gaan en werkt lange dagen als leerling in een kledingatelier. In november heeft onze docente hem gestimuleerd om naar de bijklas te komen, maar het aantal meisjes in de klas schrok hem af. Nu durfde hij wel te komen.
Ik heb hem uitgedaagd net zo gemotiveerd te zijn als zijn broertje want ik kan me niet voorstellen dat zijn broertje wel kan leren lezen en hij niet.
Vervolgens probeerden we hem het vormen van een tweeletter-
Ik kom na zo een bijklas-


Kindia, 12 april 2010
Weer een jongetje naar school
Al een paar weken werd ik, elk moment dat ik voorbij het huis van een wijkgenoot reed, vrolijk begroet door een jochie van een jaar of 12. ‘Bonjour madame! ca va?’
Ik had hem nog nooit eerder gezien, hoewel ik de mensen in dat huis wel ken. Vreemd. En omdat ik op vrijwel elk moment van de dag dat ik daar langs rijd vriendelijk begroet werd, vermoedde ik dat hij niet naar school gaat.
Mamadou zou navraag doen want ook hem was het opgevallen dat hij steeds heel vriendelijk door dat onbekende jochie begroet werd, en ook dat hij vaak bij het hek van de school stond. En zoals altijd zit er een verhaal achter:
Ons jochie woont in het huis van een van mijn favoriete buurmannen, een oude man wiens dochter ook bij ons les heeft gehad in de bijklas, jaren geleden. En de oude man grapte altijd dat hij ook naar school wil. We moeten een klas voor oude mannen starten! Minimum leeftijd 60 jaar. Dan zit hij niet bij die broekies in de klas.
Deze man is echter vorige maand overleden, en de zus van zijn vrouw kwam haar bijstaan in de rouwtijd. Ons jochie is de kleinzoon van deze zus.
De zus vertelde dat het kind door zijn moeder in de steek is gelaten en jaren lang bij zijn andere oma heeft gewoond. Hij ging ook naar school, naar de derde klas. Maar die oma is een klein jaar geleden overleden en sindsdien heeft hij op straat rondgezworven. Deze oma van vaders kant had weinig contact met haar kleinzoon en het is haar pas een paar maanden geleden ter ore gekomen dat de andere oma overleden was en haar kleinzoon op straat zwerft. Ze is hem gaan zoeken en heeft hem mee naar huis genomen. Zelf heeft ze geen inkomen, ze is afhankelijk van de bijdrage van haar andere kinderen, en haar ene arm is geamputeerd, dus kan ze ook geen klein handeltje beginnen.
Maar, haar kleinzoon woont nu bij haar en omdat ze haar zus bijstaat in diens rouwperiode, woont ze zolang bij ons in de wijk, met haar kleinzoon.
We hebben haar gevraagd of hij naar school gaat en zo nee, of het mogelijk is dat hij bij ons op school komt. Maar dat kan alleen als hij het schooljaar af kan maken, want anders heeft het geen enkele zin.
Nu woont oma in een wijk verderop en voor een kind van 12 jaar is de afstand loopbaar. Dus dat is geen probleem voor de toekomst. En ze vertelde dat haar kleinzoon haar gek maakte met de vraag of hij alsjeblieft naar deze school mag. (ja logisch, hij woont zowat naast de school en kijkt dagelijkse met verlangende ogen naar de speeltuin). Maar het antwoord was steevast ‘nee’ want ze heeft geen geld om schoolgeld te betalen, niet voor onze school en ook niet voor de zogenaamde gratis openbare scholen.
Hoewel het een principe van ons is dat ouders wier kind we gratis op school plaatsen,
zelf wel het schooltenue en het inschrijfgeld moeten betalen -
Mamadou heeft het jochie naar de kapper meegenomen en een schooltenue voor hem laten maken. En sinds een paar dagen zit hij nu in de tweede klas, hoewel oma zegt dat hij al naar de derde ging, maar dat is een jaar geleden en we hebben ook niet zo een hoge dunk van de meeste openbare scholen.
Dus beter maar zijn basiskennis versterken door hem in de 2e klas te plaatsen.